skip to Main Content
NETELIG

NETELIG

Angstig kijkt hij om zich heen als hij bij zijn moeder uit de auto stapt.
Zijn ogen schieten van links naar rechts, van boven naar beneden.

Echt contact maken is lastig merk ik.

Samen lopen we door het park naar een plekje waar het lekker rustig en afgeschermd is, het gesprek tot dan toe oppervlakkig en van de hak op de tak. Bij een boomstam ergens in het midden van het bos gaan we zitten. We houden afstand maar zitten tegenover elkaar. Vanuit alle rust probeer ik oogcontact te maken en vanuit een vriendelijke blik het gesprek op een rustige manier te laten zakken in de energie. “Heb je ook zin in een bakje thee?” vraag ik. “Uhhh, jawel, maar dat kan hier toch niet?” Ik pak mijn tas en tover een pannetje, gaspit en water tevoorschijn. “Het enige wat we nodig hebben is iets om thee van te maken”. We brainstormen samen een beetje over de mogelijke ingrediënten en komen uit bij de brandnetel. We laten onze spullen liggen en gaan samen op zoek. De zoektocht duurt niet lang want brandnetels zijn er in overvloed hier in het park. We plukken ze met onze handen in de mouwen en nemen de buit mee naar het ‘basiskamp’.

Vanuit de rust creëer ik heel bewust een samenzijn op ons plekje in de wildernis en terwijl het water richting kookpunt gaat merk ik dat hij rustiger wordt in woord en gebaar. Zijn lijf zit op de boomstam, hij maakt grapjes en zijn ogen maken contact. De angst die in zijn ogen zat is verdwenen en door onze ogen op een ongedwongen vriendelijke manier elkaar te laten kruisen ontstaat er verbinding. We schenken onze thee in de meegenomen bekers en nemen een eerste slok. Conclusie: een beetje honing erin zou wel lekker zijn geweest. Het is niet anders. En de brandnetelthee is best te doen, merkt hij op. “Ik ben er geen fan van, maar wel cool dat we ze gewoon geplukt hebben”.

Soms is de angst voor iets zo sterk dat we alles wat ermee te maken heeft uit de weg gaan. De angst om bijvoorbeeld een brandnetel aan te raken is dusdanig groot, dat de meeste mensen niet eens overwegen zo’n ding met de hand te plukken. Want ons systeem weet: een brandnetel tegen je blote huid, daar krijg je last van. Ook al is ie heel gezond. Dus beter uit de buurt blijven.

Je hoofd en gevoel spreken elkaar soms tegen. Dat geldt in deze tijd ook voor het maken van fysiek contact: we moeten oppassen, voorzichtig zijn en afstand houden. Maar dit staat haaks op wat ons systeem weet over fysiek contact maken met anderen. Mensen hebben dit namelijk nodig. Sterker nog: ze kunnen er niet zonder. Het is een levensbehoefte! Leg een pasgeboren baby in een bedje en geef hem alles behalve aanraking en de baby zal sterven. Het aanraken is je zijnsbevestiging: jij mag er zijn, in en met alles wat je hebt en bent. De aanraking is de geborgenheid en veiligheid die je zo nodig hebt als kind maar ook als volwassene.

Nu worden we geconfronteerd met afstand. Wat eerst zo vanzelfsprekend was, is dat nu niet meer. De begroetingen bij KICK gingen bijvoorbeeld altijd gepaard met fysiek contact. Van een knuffel tot een super-chille-meervoudige-handklap-dinges. Nu kan dat niet, het mag niet. Tenminste: wíj niet. Maar hoe netelig deze hele situatie ook is: JIJ kunt in dit brandnetelbos je handen gewoon uit de mouwen steken en zijn hand pakken. Je armen om hem heen slaan. Dus knuffel hem veelvuldig, gun hem wat extra tijd bij jou op schoot, stoei met hem na het eten en kruip ‘s avonds even tien minuten bij hem in bed. Omdat fysiek contact gezond is. Net zoals brandnetelthee.

 

Jan Stenekes, oktober 2020

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top